Hoe goed zorg jij voor jezelf? Je weet waarschijnlijk best wat je helpt om je goed te voelen. Op tijd naar bed. Naar buiten. Even bewegen. Een avond zonder afspraken.
Toch schiet het er regelmatig bij in. Er moet nog iets af, iemand vraagt je hulp of je vindt dat je best even kunt doorzetten. De ruimte die je voor jezelf had bedacht, raakt alweer gevuld.
Goed voor jezelf zorgen wordt vooral lastig wanneer jouw behoefte botst met iets anders. Met wat er moet gebeuren, de verwachtingen van een ander of je eigen idee van hoe je het hoort te doen.
Met mijn zelfzorgtest ‘Waar loop jij jezelf voorbij?’ onderzoek je hoe dat bij jou gaat. In ongeveer drie minuten beantwoord je vragen over vijf onderdelen: grenzen, lichaamssignalen, emoties, prioriteiten en hoe je met jezelf omgaat.
Maar wat vertelt de uitslag je? En hoe gebruik je die om in het dagelijks leven beter voor jezelf te zorgen?
Wat is zelfzorg eigenlijk?
Zelfzorg gaat over herkennen wat je nodig hebt om goed te functioneren én je goed te voelen, en daarnaar handelen.
Dat kan betekenen dat je rust neemt. Maar ook dat je een lastig gesprek voert, hulp vraagt of een afspraak afzegt omdat je week al vol genoeg is.
Daarvoor heb je verschillende vaardigheden nodig. Je moet kunnen opmerken hoe het met je gaat, je behoefte serieus nemen en die laten meewegen in je keuzes. Juist die samenhang maakt zelfzorg soms ingewikkeld.
Je kunt bijvoorbeeld heel goed voelen dat je moe bent, maar toch doorgaan omdat je vindt dat iets af moet. Je merkt je behoefte dan wel op, maar geeft haar weinig ruimte.
Wat onderzoekt de zelfzorgtest?
De zelfzorgtest helpt je zien op welke momenten je rekening houdt met jezelf en waar je jezelf gemakkelijker overslaat. De vijf onderdelen belichten ieder een andere kant daarvan.
1. Grenzen: laat je jouw grens meewegen in je antwoord?
Je krijgt een verzoek en voelt meteen: dit past er eigenlijk niet bij. Toch hoor je jezelf zeggen dat je het wel even doet.
Misschien wil je behulpzaam zijn. Misschien vind je het vervelend om iemand teleur te stellen. Of je denkt: als ik het zelf doe, is het tenminste geregeld.
Je grenzen herkennen en je grenzen aangeven zijn twee verschillende vaardigheden. Als je dit in je uitslag herkent, is het waardevol om te kijken wat er tussen voelen en antwoorden gebeurt.
Geef je jezelf tijd om na te denken? Mag je terugkomen op een toezegging? Hoe moeilijk vind je het als een ander jouw antwoord jammer vindt?
Een eerste stap is om minder vaak direct te antwoorden. Met ‘Ik kijk even of dat past en kom erop terug’ maak je ruimte om je eigen tijd en energie mee te wegen.
2. Lichaamssignalen: wanneer merk je spanning en vermoeidheid op?
Een gespannen kaak achter je laptop. Opgetrokken schouders tijdens het koken. Je adem die versnelt wanneer je haast hebt.
Tijdens een volle dag kan je aandacht zo bij je taken zijn dat je nauwelijks voelt hoe je erbij zit. Pas wanneer je gaat zitten, merk je hoe moe je bent.
Bij dit onderdeel gaat het om de vraag: op welk moment krijg jij door wat je lichaam aangeeft?
Je hoeft ieder signaal niet meteen te verklaren. Begin met opmerken. Hoe zit ik erbij? Wat merk ik aan mijn adem? Heb ik behoefte aan eten, beweging of een onderbreking?
Door regelmatig even stil te staan, krijg je meer zicht op wat er gedurende de dag verandert. Dat geeft je gelegenheid om eerder iets aan te passen.
3. Emoties: wat ging er aan je reactie vooraf?
Je reageert kortaf op een eenvoudige vraag. Achteraf denk je: waarom deed ik nou zo?
Misschien beoordeel je vooral je reactie. Maar wat gebeurde er in de uren daarvoor?
Had je al meerdere keren iets gedaan waar je weinig ruimte voor had? Was je moe? Had je gehoopt dat iemand zou zien dat je hulp kon gebruiken?
Een emotie geeft geen kant-en-klare verklaring. Ze kan wel een aanleiding zijn om verder te kijken.
Wanneer je in de zelfzorgtest herkent dat je weinig stilstaat bij je emoties, kun je oefenen met de vraag: wat speelde er al voordat ik zo reageerde?
Dat helpt je begrijpen wat er gebeurde. Vervolgens kun je onderzoeken of je iets wilt uitspreken, een grens wilt aangeven of eerder rust nodig hebt.
4. Prioriteiten: krijgt wat jij belangrijk vindt ook ruimte?
Je gezondheid, je relatie, tijd voor jezelf: je vindt het belangrijk. Toch krijgen werk, praktische zaken en verzoeken van anderen vaak als eerste een plek in je agenda.
Daar zit een deadline aan. Iemand wacht op je. Je eigen behoefte kan meestal nog wel een dag wachten.
En daarna nog één.
Dit onderdeel van de zelfzorgtest nodigt je uit om te kijken naar het verschil tussen wat je belangrijk vindt en waar je tijd naartoe gaat.
Een concrete vraag is: als ik naar mijn afgelopen week kijk, waar heb ik dan daadwerkelijk ruimte voor gemaakt?
Misschien zie je dat jouw vrije momenten steeds beschikbaar blijven voor andere afspraken. Dan kun je oefenen met één afspraak met jezelf die je deze week laat staan.
5. Hoe je met jezelf omgaat: neem je je eigen behoefte serieus?
Je hebt een drukke dag gehad en bent moe. Wat zeg je dan tegen jezelf?
‘Logisch dat ik even moet bijkomen.’
Of: ‘Kom op, anderen doen dit toch ook?’
Hoe je tegen jezelf praat, beïnvloedt hoeveel ruimte je jezelf geeft. Als je vermoeidheid steeds wegredeneert, wordt het lastiger om er rekening mee te houden.
Misschien gun je een vriendin rust, terwijl jij die eerst moet verdienen. Of begrijp je het wanneer iemand een afspraak afzegt, maar vind je dat jij zelf wel moet gaan.
Herken je dit in je uitslag? Onderzoek dan eens welke maatstaf je voor jezelf gebruikt. Helpt die je om goed te functioneren én je goed te voelen?
Hoe kun je de uitslag van de zelfzorgtest gebruiken?
Kijk vooral naar de toelichting bij de verschillende onderdelen. Je totaalscore vertelt minder dan de situaties die je erin herkent.
De onderdelen hangen bovendien samen. Je kunt voelen dat je rust nodig hebt, jezelf vervolgens vertellen dat je best kunt doorzetten en toch nog een taak aannemen. Later op de dag merk je dat je sneller geïrriteerd raakt.
Je uitslag kan helpen om zo’n volgorde zichtbaar te maken.
Kies één situatie die regelmatig terugkomt en onderzoek:
- Wat merk ik op dat moment in mijn lichaam, gedachten of emoties?
- Wat doe ik vervolgens meestal?
- Welke behoefte krijgt daarin weinig ruimte?
- Wat wil ik de volgende keer anders proberen?
Houd die stap klein en concreet. Bijvoorbeeld: voordat ik een extra taak aanneem, kijk ik eerst naar wat er al op mijn planning staat.
Wat betekent een lagere score op zelfzorg?
Een lagere score op een onderdeel kan aanleiding zijn om daar verder naar te kijken. Misschien herken je een gewoonte die je al langer hebt. Misschien vraagt je huidige situatie veel van je.
De uitslag beschrijft hoe je de vragen op dit moment hebt beantwoord. Het is geen diagnose of vast oordeel over hoe goed jij voor jezelf zorgt.
Gebruik de feedback om te onderzoeken waar je invloed op hebt. Dat kan een eigen keuze zijn, maar ook iets waarvoor je hulp, overleg of een andere verdeling van verantwoordelijkheden nodig hebt.
Goed voor jezelf zorgen betekent ook erkennen wat je samen met anderen moet regelen.
Beter voor jezelf zorgen begint met eerder opmerken
Je hoeft niet te wachten tot je agenda leeg is om met zelfzorg te oefenen. Juist tijdens gewone momenten kun je ontdekken wat je nodig hebt.
Wanneer iemand je iets vraagt. Wanneer je merkt dat je je kaken klemt. Wanneer je voor de derde keer denkt: ik moet nog even door.
In mijn werk met mindfulness en adem leer je aandacht geven aan zulke momenten. Je oefent om op te merken wat er gebeurt, zodat je bewuster kunt kiezen hoe je reageert.
De zelfzorgtest is een eerste manier om daar zicht op te krijgen.
Doe de zelfzorgtest: waar loop jij jezelf voorbij?
Wil je ontdekken hoe jij omgaat met je grenzen, lichaamssignalen, emoties, prioriteiten en jezelf?
Met de zelfzorgtest ‘Waar loop jij jezelf voorbij?’ sta je daar in ongeveer drie minuten bij stil. Je ontvangt persoonlijke feedback op de vijf onderdelen en de gratis Zelfzorggids om ermee aan de slag te gaan.
Doe de zelfzorgtest en ontdek waar jij meer rekening met jezelf kunt houden.


